A
Het werktuig waarop de smid zijn metaal bewerkt. In de context van Keramische Kramp symboliseert het aambeeld de plek van technologische transformatie, waar ruwe materie wordt omgesmeed tot bruikbare vorm. Het aambeeld is de tegenhanger van de hamer: het ontvangt de slagen en geeft weerstand.
Etymologie
Van het Middelnederlandse 'aenbelt', verwant aan het Duitse 'Amboss'. Letterlijk: 'aan-slaan', het object waarop geslagen wordt.
Filosofische Context
Het aambeeld vertegenwoordigt de passieve maar noodzakelijke weerstand in elk scheppingsproces.
Gerelateerde termen
Wat een technologie uitnodigt te doen; de handelingsmogelijkheden die een object aan de gebruiker biedt. Niet een neutrale eigenschap, maar het resultaat van een technogenetisch proces: een oplossing voor een menselijk vraagstuk, altijd al doordrenkt van doelgerichtheid.
Etymologie
Engels, afgeleid van 'to afford' (bieden, mogelijk maken). Geïntroduceerd door psycholoog James Gibson (1977) en later toegepast op design door Donald Norman.
Filosofische Context
Gibson en Norman ontwikkelden het concept om te beschrijven hoe objecten hun gebruik 'suggereren'. In de techniekfilosofie wordt affordance kritisch bekeken als een manier waarop technologie gedrag stuurt.
Gerelateerde termen
Handelingsvermogen; de capaciteit om te handelen in de wereld. In de context van technologie vaak een gecontroleerde illusie: wat is keuzevrijheid binnen een systeem dat al heeft bepaald welke opties er mogen zijn?
Etymologie
Van het Latijnse 'agere' (handelen, doen). In het Engels verwijst 'agency' naar het vermogen om als actor op te treden.
Filosofische Context
Het begrip is centraal in debatten over vrije wil en determinisme. In de techniekfilosofie wordt onderzocht hoe technologische systemen onze agency zowel mogelijk maken als beperken.
Gerelateerde termen
Sloterdijks concept voor de zelfvormende oefeningen en disciplines waarmee de mens zichzelf herschept. De mens is een wezen dat zichzelf moet trainen, disciplineren en vormen om mens te worden.
Etymologie
Van het Griekse 'anthropos' (mens) en 'technē' (kunst, vaardigheid). Letterlijk: de kunst van het mens-maken.
Filosofische Context
Peter Sloterdijk introduceert dit begrip in 'Je moet je leven veranderen' (2009) als alternatief voor religie: de mens als zelfvormend wezen dat door oefening zijn eigen conditie transformeert.
Gerelateerde termen
Een door mensen gemaakt object; in de techniekfilosofie niet slechts een gereedschap maar een drager van betekenis, doorkruist door vijf levensstromen die niet alleen functioneren maar kloppen.
Etymologie
Van het Latijnse 'arte factum' (door kunst gemaakt). Oorspronkelijk archeologische term voor door mensen gemaakte voorwerpen.
Filosofische Context
In de decompositie van technologie wordt elk artefact gezien als een sediment van vergeten keuzes, onderdrukte alternatieven en gekapte mogelijkheden.
Gerelateerde termen
Een zelfbewegende machine; voorloper van de moderne robot. Hephaistos creëerde automata zoals de gouden dienstmaagden en de bronzen reus Talos.
Etymologie
Van het Griekse 'automatos' (uit zichzelf bewegend), van 'autos' (zelf) en 'maomai' (streven).
Filosofische Context
De automaat vertegenwoordigt de droom van de maker om leven te scheppen, maar ook de angst voor creaties die hun schepper ontglippen.
Gerelateerde termen
B
Hebreeuws werkwoord voor 'scheppen uit niets' (creatio ex nihilo). Dit goddelijke scheppen staat tegenover yāṣar (vormen uit bestaande materie). Alleen God kan bārā'; de mens kan slechts yāṣar.
Etymologie
Hebreeuws בָּרָא. Komt voor in Genesis 1:1 ('In het begin schiep God...'). Exclusief gebruikt voor goddelijke scheppingsdaden.
Filosofische Context
Het onderscheid tussen bārā' en yāṣar markeert de fundamentele kloof tussen goddelijke almacht en menselijke beperking die centraal staat in de keramische kramp.
Gerelateerde termen
C
Simondons concept voor de evolutie van technische objecten van abstracte, gefragmenteerde assemblages naar concrete, geïntegreerde systemen met een interne coherentie die niet volledig herleidbaar is tot menselijke intenties.
Etymologie
Frans: "concrétisation". Centraal begrip in Simondons "Du Mode d'Existence des Objets Techniques" (1958).
Filosofische Context
Technische objecten evolueren volgens een immanente logica die Simondon vergelijkt met biologische evolutie - niet als metafoor, maar als parallelle ontologische dynamiek.
Gerelateerde termen
De fundamentele menselijke conditie; het geheel van omstandigheden en beperkingen die het menselijk bestaan kenmerken. De mens als gevallen maar scheppend, kreupel maar machtig, dienend maar onwetend.
Etymologie
Latijn voor 'menselijke conditie'. Bekend geworden door Hannah Arendts 'The Human Condition' (1958), in het Nederlands vertaald als 'Vita Activa'.
Filosofische Context
De conditio humana omvat de spanning tussen eindigheid en verlangen naar transcendentie die de keramische kramp constitueert.
Gerelateerde termen
Een hybride wezen van mens en machine; de mens die zichzelf uitbreidt en transformeert door technologie. Niet toekomstmuziek maar de huidige realiteit van de technologisch gemedieerde mens.
Etymologie
Samentrekking van 'cybernetic organism'. Geïntroduceerd door Manfred Clynes en Nathan Kline in 1960.
Filosofische Context
Donna Haraway's 'Cyborg Manifesto' (1985) herdefinieert de cyborg als figuur die traditionele grenzen tussen mens/machine, natuur/cultuur overschrijdt.
Gerelateerde termen
D
Een vorm van macht gebaseerd op bewuste, collectieve vormgeving van technologische systemen in dienst van menselijke bloei en vrijheid. Niet een gegeven maar een opgave die vraagt om nieuwe vormen van politieke organisatie en technologisch ontwerp.
Etymologie
Nieuw concept dat voortbouwt op de analyse van Eerste en Tweede Macht, als normatief ideaal voor technologisch burgerschap.
Filosofische Context
De Derde Macht vereist technologische geletterdheid, democratische deliberatie over technologische ontwikkeling, en nieuwe culturele narratieven over technologie als domein van menselijke verantwoordelijkheid.
Gerelateerde termen
Letterlijk 'god uit de machine'; in het klassieke theater de god die plotseling verschijnt om alle problemen op te lossen. Het tegengestelde van machina ex deus.
Etymologie
Latijn, vertaling van het Griekse 'theos ek mēkhanēs'. Verwijst naar het theatermechanisme waarmee acteurs die goden speelden werden neergelaten.
Filosofische Context
In de techniekfilosofie wordt de omkering naar 'machina ex deus' gebruikt om te beschrijven hoe technologie voortkomt uit goddelijke macht maar oncontroleerbare gevolgen heeft.
Gerelateerde termen
De moderne vorm van vervreemding veroorzaakt door digitale technologie; de afstand tussen de mens en zijn werk, zijn medemens, en zichzelf die ontstaat door technologische bemiddeling.
Etymologie
Combinatie van 'digitaal' (van Latijn 'digitus', vinger) en 'vervreemding' (zie aldaar).
Filosofische Context
Bernard Stiegler analyseert hoe digitale technologie leidt tot een nieuwe vorm van proletarisering: het verlies van kennis en vaardigheden aan technologische systemen.
Gerelateerde termen
Agambens term voor machtsapparaten die gedrag vangen, oriënteren en bepalen zonder zelf een moreel subject te zijn. Technologie als dispositief stuurt ons handelen zonder dat we het beseffen.
Etymologie
Van het Latijnse 'dispositio' (ordening, regeling). Foucault introduceerde 'dispositif' in het Frans; Agamben werkte het verder uit.
Filosofische Context
Giorgio Agamben definieert dispositief als 'alles wat het vermogen heeft om het gedrag van levende wezens te vangen, te oriënteren, te bepalen, te onderscheppen, te modelleren, te controleren of te verzekeren'.
Gerelateerde termen
E
Heideggers concept van "ontwerp": de existentiële structuur waardoor het Dasein altijd al betrokken is op mogelijkheden. Niet primair een bewust plan, maar de fundamentele manier waarop wij onszelf en de dingen om ons heen verstaan vanuit mogelijkheden.
Etymologie
Duits: letterlijk "ont-werp", projectie. Van "entwerfen" (ontwerpen, projecteren). Centraal begrip in "Sein und Zeit".
Filosofische Context
Technologie is een manifestatie van ons Entwurf: via techniek projecteren wij mogelijkheden, geven wij vorm aan onze wereld en breiden wij onze handelingsmogelijkheden uit.
Gerelateerde termen
Stieglers concept voor een derde evolutionaire stroom naast genetische en epigenetische evolutie: de overdracht van ervaring en kennis via externe geheugendragers, van rotstekeningen tot digitale databases.
Etymologie
Samengesteld uit "epi-" (op, boven), "fylo-" (stam, soort) en "genetisch". Geïntroduceerd in Stieglers "La Technique et le Temps".
Filosofische Context
De mens wordt mens door zijn technieken, door zijn vermogen tot externalisering. Deze technische externalisering is niet secundair aan de menselijke evolutie, maar constitutief ervoor.
Gerelateerde termen
De Griekse term voor 'zorg' of 'bezorgdheid'. In de context van technologie: de ethische houding die technologie erkent als pharmakon en de verantwoordelijkheid neemt voor haar ambivalentie.
Etymologie
Grieks ἐπιμέλεια (epimeleia), 'zorg, bezorgdheid, aandacht'. Van ἐπί (epi, 'op, over') en μέλω (melō, 'zorgen voor').
Filosofische Context
Epimeleia is de ethische houding die de keramische kramp niet probeert op te lossen, maar juist omarmt. Het is de zorg voor technologie als pharmakon, de bereidheid om te leven met ambivalentie.
Gerelateerde termen
F
Borgmanns concept voor praktijken die niet gericht zijn op efficiëntie of gemak, maar op engagement en betekenis. Focale praktijken - zoals koken, tuinieren, muziek maken - vereisen aandacht, vaardigheid en betrokkenheid.
Etymologie
Engels: "focal practice". Van het Latijnse "focus" (haard). Geïntroduceerd in Borgmanns "Technology and the Character of Contemporary Life" (1984).
Filosofische Context
In een tijd waarin technologie gericht is op het elimineren van weerstand, pleit Borgmann voor praktijken die juist weerstand vereisen - als voorwaarde voor betekenisvolle betrokkenheid.
Gerelateerde termen
G
Heideggers term voor het technologische denkkader dat de moderne wereld beheerst; de manier waarop technologie alles, inclusief de mens, reduceert tot 'bestand' (Bestand) dat geëxploiteerd kan worden.
Etymologie
Duits voor 'stelsel, raamwerk, gestel'. Heidegger gebruikt het woord in een specifieke filosofische betekenis in 'Die Frage nach der Technik' (1954).
Filosofische Context
Het Gestell is voor Heidegger het 'wezen van de moderne techniek': niet de machines zelf, maar de manier van denken die alles ziet als grondstof voor exploitatie.
Gerelateerde termen
Heideggers concept van "geworpenheid": de existentiële conditie waarin het Dasein zich altijd al bevindt in een wereld die het niet heeft gekozen. Wij worden geboren in een specifieke tijd, cultuur, taal en technologische omgeving zonder dat wij hiervoor hebben gekozen.
Etymologie
Duits: letterlijk "geworpen-zijn". Afgeleid van "werfen" (werpen). Centraal begrip in Heideggers "Sein und Zeit" (1927).
Filosofische Context
Technologische systemen worden deel van onze Geworfenheit: de digitale infrastructuur waarin wij ons bevinden vormt de achtergrond waartegen alle expliciete interpretatie en bewuste keuze plaatsvindt.
Foucaults concept voor een specifieke rationaliteit van moderne machtsuitoefening die niet primair werkt door repressie, maar door de productie van subjectiviteit en de vormgeving van het milieu waarin subjecten handelen.
Etymologie
Frans: samentrekking van "gouverner" (regeren) en "mentalité" (mentaliteit). Geïntroduceerd in Foucaults colleges aan het Collège de France (1977-1978).
Filosofische Context
Gouvernementalité werkt niet via verbod of gebod, maar via suggestie, standaardinstelling en ontwerp. Ze zegt niet "je moet" maar "je kunt" - en definieert het veld van mogelijkheden.
Gerelateerde termen
H
De Griekse god van het vuur en de smeedkunst, geworpen van de Olympus en kreupel. Proto-god van de menselijke conditie: gevallen maar scheppend, kreupel maar machtig.
Etymologie
Grieks Ἥφαιστος (Hēphaistos), mogelijk verwant aan het Griekse ἅπτω (haptō, 'aansteken, vastmaken').
Filosofische Context
Hephaistos is de belichaming van de keramische kramp: hij smeedt wat hij niet begrijpt, hij dient machten die hij niet beheerst, hij maakt wat hem uiteindelijk gevangen houdt. Hij is de mens als maker.
Gerelateerde termen
De 'makende mens'; de mens gedefinieerd door zijn vermogen om te maken en te produceren. Een van Hannah Arendts drie fundamentele menselijke activiteiten naast arbeid (animal laborans) en handelen.
Etymologie
Latijn voor 'makende mens'. De term werd gepopulariseerd door Henri Bergson en Max Scheler voordat Arendt hem overnam.
Filosofische Context
Arendt onderscheidt homo faber van animal laborans: waar de arbeider consumeert wat hij produceert, creëert de maker duurzame objecten die de menselijke wereld constitueren.
Gerelateerde termen
De 'spelende mens'; de mens gedefinieerd door zijn vermogen tot spel. In de context van digitale technologie: de schijnvrijheid van wie denkt te spelen maar in werkelijkheid gespeeld wordt.
Etymologie
Latijn voor 'spelende mens'. Titel van Johan Huizinga's invloedrijke werk uit 1938 over de rol van spel in cultuur.
Filosofische Context
Huizinga stelt dat spel voorafgaat aan cultuur en dat alle cultuurvormen uit spel voortkomen. In de digitale context wordt dit geproblematiseerd: wie speelt wie?
Gerelateerde termen
Overmoed; de goddelijke ambitie van de mens die zijn grenzen niet erkent. De oer-hybris die de mens tot het meest creatieve en het meest destructieve wezen op aarde maakt.
Etymologie
Grieks ὕβρις (hubris), oorspronkelijk verwijzend naar geweld of schending. In de tragedie: de overmoed die tot de val leidt.
Filosofische Context
In de Griekse tragedie is hybris de fatale fout van de held die zich boven zijn menselijke conditie verheft en daardoor de toorn van de goden oproept.
Gerelateerde termen
I
Het goddelijke bloed dat door de aderen van de goden stroomt; bij Talos de levenskracht die door zijn bronzen lichaam vloeit en die, wanneer afgetapt, zijn dood veroorzaakt.
Etymologie
Grieks ἰχώρ. In de mythologie het etherische bloed van de goden, anders dan het rode bloed van stervelingen.
Filosofische Context
De ichor van Talos symboliseert de kwetsbaarheid van zelfs de machtigste technologische creaties: één lek en het systeem stort in.
Gerelateerde termen
Simondons concept voor het proces waarin mens en techniek elkaar wederzijds vormen; niet de mens die technologie maakt, maar mens en technologie die samen worden in een voortdurend proces.
Etymologie
Van het Latijnse 'individuare' (ondeelbaar maken). Simondon herinterpreteert het begrip als een proces, niet een toestand.
Filosofische Context
Gilbert Simondon stelt dat individuatie nooit voltooid is: zowel mens als techniek blijven in wording, in een voortdurende co-evolutie.
Gerelateerde termen
Het goddelijke inblazen van adem (ruach) in de klei; het moment waarop de gevormde materie tot leven komt. De overgang van yāṣar naar levend wezen.
Etymologie
Van het Latijnse 'insufflare' (inblazen), van 'in' (in) en 'sufflare' (blazen).
Filosofische Context
De insufflatie markeert het mysterie van het leven: de klei is gevormd, maar pas de goddelijke adem maakt het tot een levend wezen. Dit moment blijft voor de mens onbereikbaar.
Gerelateerde termen
K
De pijnlijke contractie tussen het moeten-scheppen en het nooit-kunnen-voltooien, tussen menselijke aspiratie en goddelijke insufficiëntie. Een fundamentele spanning die het menselijk bestaan doordringt.
Etymologie
Van het Grieks κεραμικός (keramikos, 'van klei') en kramp (onwillekeurige samentrekking). Verwijst naar de spanning tussen de klei waaruit de mens is gevormd en de goddelijke adem die hem bezielt.
Filosofische Context
De keramische kramp is de existentiële conditie van de mens als een wezen dat gedwongen is te scheppen maar nooit kan voltooien. Het is de bron van alle technologie en tegelijk de oorzaak van menselijke vervreemding.
Gerelateerde termen
De conditie van Hephaistos na zijn val van de Olympus; symbool voor de fundamentele onvoltooidheid en kwetsbaarheid van de menselijke conditie. Gevallen maar scheppend, gebroken maar machtig.
Etymologie
Van het Middelnederlandse 'crupel', verwant aan 'kruipen'. Verwijst naar een gebrek aan het bewegingsapparaat.
Filosofische Context
De kreupelheid van Hephaistos is geen toevallig gebrek maar zijn wezen: juist zijn gebrokenheid maakt hem tot de ultieme maker, gedreven door het verlangen te compenseren wat hij mist.
Gerelateerde termen
L
Het eiland waar Hephaistos neerviel na zijn val van de Olympus; de plek waar hij zijn smidse vestigde en zijn ambacht perfectioneerde.
Etymologie
Grieks Λῆμνος. Vulkanisch eiland in de Egeïsche Zee, in de oudheid bekend om zijn metaalbewerking.
Filosofische Context
Lemnos vertegenwoordigt de plek van ballingschap die tegelijk de plek van creatie wordt: uit de val ontstaat het ambacht.
Gerelateerde termen
M
De omkering van deus ex machina: de machine uit goddelijke macht. Technologie die voortkomt uit goddelijke scheppingskracht maar waarvan de consequenties onkenbaar zijn, zelfs voor de maker zelf.
Etymologie
Latijn, letterlijk 'machine uit god'. Neologisme gevormd als omkering van de klassieke uitdrukking.
Filosofische Context
Hephaistos produceert machina ex deus: creaties met goddelijke macht maar zonder kennis van de gevolgen. Dit is de moderne conditie van de technoloog.
Gerelateerde termen
Existentiële uitputting door technologische overbelasting; de vermoeidheid van een wezen dat voortdurend moet presteren in een systeem dat nooit rust kent. De kramp die chronisch wordt.
Etymologie
Oorspronkelijk een materiaaltechnische term voor de verzwakking van metaal door herhaalde belasting. Hier metaforisch toegepast op de menselijke conditie.
Filosofische Context
Zoals metaal breekt onder herhaalde stress, zo raakt de mens uitgeput door de voortdurende eisen van de technologische samenleving. De burn-out als moderne tetanus.
Gerelateerde termen
Arnold Gehlens term voor de mens als 'wezen van gebrek'. De mens mist de biologische uitrusting om te overleven en moet daarom technologie maken.
Etymologie
Duits, van Mangel ('gebrek, tekort') en Wesen ('wezen, entiteit').
Filosofische Context
Het Mängelwesen is de biologische grondslag van de keramische kramp. De mens is biologisch onvoltooid en interpreteert dit als existentiële onvoltooidheid, wat leidt tot de gedwongen schepping van technologie.
Gerelateerde termen
N
Isaiah Berlins concept voor vrijheid van externe dwang; de afwezigheid van obstakels en beperkingen. Vrijheid als 'vrij zijn van' in plaats van 'vrij zijn om'.
Etymologie
Geïntroduceerd door Isaiah Berlin in 'Two Concepts of Liberty' (1958).
Filosofische Context
Berlin onderscheidt negatieve vrijheid (afwezigheid van dwang) van positieve vrijheid (vermogen tot zelfbepaling). Beide concepten zijn relevant voor de analyse van technologische agency.
Gerelateerde termen
O
De verblijfplaats van de Griekse goden; symbool van goddelijke macht en volmaaktheid. De plek waarvan Hephaistos viel en waarnaar de mens met zijn technologie probeert terug te klimmen.
Etymologie
Grieks Ὄλυμπος. Zowel de fysieke berg in Griekenland als de mythische woonplaats der goden.
Filosofische Context
De Olympus vertegenwoordigt de goddelijke volmaaktheid die de mens nastreeft maar nooit kan bereiken. Elke technologische vooruitgang is een sport op de ladder naar de hemel die altijd net buiten bereik blijft.
Gerelateerde termen
Almacht; het goddelijke vermogen om alles te kunnen. De illusie die technologie de mens voorspiegelt: dat hij door zijn creaties goddelijke macht kan verwerven.
Etymologie
Van het Latijnse 'omnis' (al) en 'potentia' (macht). Theologische term voor Gods almacht.
Filosofische Context
De droom van omnipotentie drijft de technologische vooruitgang, maar elke stap dichter bij almacht onthult nieuwe vormen van onmacht.
Gerelateerde termen
Een medische term voor de krampachtige achterwaartse buiging van het lichaam, kenmerkend voor tetanus. De letterlijke, lichamelijke manifestatie van de keramische kramp.
Etymologie
Grieks ὀπισθότονος, van 'opisthen' (achterwaarts) en 'tonos' (spanning).
Filosofische Context
De opisthotonos maakt de metafoor van de kramp lichamelijk: het lichaam dat zichzelf tegenwerkt, gespannen in een onmogelijke houding.
Gerelateerde termen
P
De eerste vrouw, door Hephaistos gemaakt op bevel van Zeus als straf voor de mensheid. Zij draagt de doos (eigenlijk: kruik) met alle kwaden van de wereld, maar ook de hoop.
Etymologie
Grieks Πανδώρα, van 'pan' (al) en 'doron' (gift). Letterlijk: 'alle-gift' of 'door allen begiftigd'.
Filosofische Context
Pandora belichaamt de dubbelzinnigheid van technologie: prachtig maar gevaarlijk, een gift die tegelijk een vloek is. Hephaistos maakt haar zonder te weten welke gevolgen zij zal hebben.
Gerelateerde termen
Het Griekse begrip voor iets dat tegelijk vergif én medicijn is. Technologie als pharmakon is zowel de oplossing voor als de oorzaak van menselijke problemen.
Etymologie
Grieks φάρμακον (pharmakon), 'medicijn, vergif, toverspreuk'. De dubbelzinnigheid is inherent aan het begrip.
Filosofische Context
Technologie is pharmakon: zij verlicht de menselijke conditie en verergert haar tegelijk. Elke technologische oplossing creëert nieuwe problemen, elke verlichting brengt nieuwe duisternis.
Gerelateerde termen
Het systeem waarin aandacht als schaars goed wordt geëxploiteerd; de nieuwe machtsvorm waarin de spanning tussen keramische holheid en pneumatische adem wordt gekapitaliseerd.
Etymologie
Combinatie van 'politieke economie' (de studie van productie en verdeling) en 'aandacht' als het nieuwe schaarse goed.
Filosofische Context
In deze economie worden gebruikers niet alleen consumenten maar ook producenten: zij leveren hun aandacht als grondstof voor de techgiganten.
Gerelateerde termen
Isaiah Berlins concept voor vrijheid om te handelen; het vermogen tot zelfbepaling en zelfverwerkelijking. Vrijheid als 'vrij zijn om' in plaats van 'vrij zijn van'.
Etymologie
Geïntroduceerd door Isaiah Berlin in 'Two Concepts of Liberty' (1958).
Filosofische Context
Positieve vrijheid impliceert een visie op wat het goede leven is en kan daarom ook misbruikt worden om dwang te rechtvaardigen 'voor je eigen bestwil'.
Gerelateerde termen
Stieglers concept voor het verlies van kennis en vaardigheden aan technologische systemen; de moderne arbeider die niet meer weet hoe hij moet maken, alleen hoe hij machines moet bedienen.
Etymologie
Van 'proletariaat', de bezitloze klasse. Stiegler herinterpreteert het als kennisloosheid in plaats van bezitloosheid.
Filosofische Context
Bernard Stiegler stelt dat de huidige proletarisering niet alleen arbeiders treft maar ook consumenten en zelfs intellectuelen: iedereen verliest kennis aan de machine.
Gerelateerde termen
De Titaan die het vuur stal van de goden en aan de mensen gaf; de vuurbrenger die gestraft werd voor zijn gift. Contrast met Hephaistos: Prometheus geeft, Hephaistos maakt.
Etymologie
Grieks Προμηθεύς, mogelijk van 'pro' (voor) en 'manthano' (leren). Letterlijk: 'vooruitdenker'.
Filosofische Context
Prometheus vertegenwoordigt de rebellie tegen de goden, de gift van technologie aan de mensheid. Maar zijn gift brengt ook lijden: de ketenen die Hephaistos voor hem smeedt.
Gerelateerde termen
Technologie als verlenging of vervanging van het lichaam; de mens die zichzelf uitbreidt door externe hulpmiddelen. Niet een toevoeging aan het lichaam maar een transformatie ervan.
Etymologie
Van het Griekse 'prosthesis' (toevoeging), van 'pros' (bij) en 'tithenai' (plaatsen).
Filosofische Context
De prothese problematiseert de grens tussen lichaam en technologie: waar eindigt het lichaam en begint het hulpmiddel? Is de bril een prothese? De smartphone?
Gerelateerde termen
R
De goddelijke adem of wind die leven geeft. In Genesis 2:7 blaast God de ruach in de neusgaten van de mens, waardoor deze levend wordt.
Etymologie
Hebreeuws רוּחַ (ruach), 'adem, wind, geest'. Verwant aan het Griekse pneuma en het Latijnse spiritus.
Filosofische Context
De ruach is de goddelijke kracht die de mens bezielt maar nooit volledig bezit. Het is de bron van het verlangen om te scheppen, maar tegelijk de herinnering aan de eigen onvolledigheid.
Gerelateerde termen
S
Een laag van vergeten keuzes, onderdrukte alternatieven en gekapte mogelijkheden in de technosfeer; de geologische metafoor voor hoe technologie geschiedenis accumuleert.
Etymologie
Van het Latijnse 'sedimentum' (bezinksel), van 'sedere' (zitten, bezinken).
Filosofische Context
Elk technologisch artefact draagt sedimenten van eerdere keuzes: de smartphone bevat lagen van telegraaf, telefoon, computer, camera.
Gerelateerde termen
Sloterdijks leer van de sferen; de studie van de immunitaire bollen waarin de mens leeft, ademt en handelt. Het digitale hemelgewelf als nieuwe sfeer.
Etymologie
Van het Griekse 'sphaira' (bol) en 'logos' (leer). Centrale term in Sloterdijks driedelige werk 'Sferen' (1998-2004).
Filosofische Context
Sloterdijk beschrijft hoe mensen altijd in sferen leven: van de baarmoeder tot de stad tot de digitale netwerken. Elke sfeer beschermt en beperkt tegelijk.
Gerelateerde termen
De werkplaats van Hephaistos; de plek waar het vuur brandt en de hamer op het aambeeld slaat. Symbool van technologische zelfvorming en de transformatie van ruwe materie tot bruikbare vorm.
Etymologie
Van het Middelnederlandse 'smisse', verwant aan 'smeden'. De plek waar gesmeed wordt.
Filosofische Context
In de smidse ontvouwt zich het drama van de menselijke zelfproductie: de mens die zichzelf smeedt terwijl hij zijn gereedschap smeedt.
Gerelateerde termen
Heideggers fundamentele ontologische structuur van het menselijk bestaan: de betrokkenheid op zichzelf en de wereld, de spanning tussen wat we zijn en wat we kunnen worden. Niet een psychologische toestand, maar een existentiële structuur.
Etymologie
Duits: "zorg". Heidegger geeft het woord een technische betekenis die verder reikt dan de alledaagse betekenis van bezorgdheid.
Filosofische Context
De Sorge-structuur drukt de drievoudige temporele dimensie uit: gericht op toekomst (Entwurf), bepaald door verleden (Geworfenheit), betrokken op heden (Sein-bei).
Gerelateerde termen
De rivier naar de onderwereld in de Griekse mythologie; de grens tussen leven en dood. Bij Talos: de plek waar zijn ichor wegvloeit en hij sterft.
Etymologie
Grieks Στύξ, van 'stygein' (haten). De gehate rivier die de levenden van de doden scheidt.
Filosofische Context
De Styx vertegenwoordigt de onoverbrugbare grens die zelfs de machtigste technologie niet kan overschrijden: de dood.
Gerelateerde termen
T
De bronzen reus die Hephaistos maakte om Kreta te bewaken; de eerste robot in de westerse mythologie. Zijn enige kwetsbaarheid: de plug in zijn enkel waardoor zijn ichor kan wegvloeien.
Etymologie
Grieks Τάλως. Mogelijk verwant aan 'talanton' (gewicht) of aan een pre-Griekse zonnegod.
Filosofische Context
Talos belichaamt zowel de macht als de kwetsbaarheid van technologie: onverslaanbaar maar met één fatale zwakte. Medea verslaat hem door zijn plug te verwijderen.
Gerelateerde termen
De moderne technologiebedrijven als 'derde god' in de genealogie van de technologische mens; onzichtbare, onaantastbare goden die schuilgaan achter platforms die te groot zijn om te falen.
Etymologie
Samenstelling van 'technologie' en 'giganten' (reuzen). Verwijst naar bedrijven als Google, Apple, Meta, Amazon.
Filosofische Context
De techgiganten eisen een continue stroom van groei en data, een onverzadigbare honger naar aandacht. Zij zijn de nieuwe Olympiërs die de moderne Hephaistos-figuren (programmeurs) dienen.
Gerelateerde termen
Het wederkerige proces waarin mens en technologie elkaar vormen. Niet technologie als extern hulpmiddel, maar als constitutief element van het menselijk worden.
Etymologie
Van het Grieks τέχνη (technē, 'kunst, ambacht') en γένεσις (genesis, 'oorsprong, wording').
Filosofische Context
Technogenese beschrijft hoe de mens zichzelf vormt door technologie te maken, en hoe technologie op haar beurt de mens vormt. Het is een dialectische beweging zonder eindpunt.
Gerelateerde termen
Katherine Hayles' concept voor de co-evolutie van menselijke cognitieve capaciteiten en technologische systemen. Onze aandachtsstructuren, manieren van lezen en informatieverwerking worden gevormd door de digitale media die we gebruiken.
Etymologie
Samengesteld uit "techno-" en "genese" (wording). Geïntroduceerd in Hayles' "How We Think: Digital Media and Contemporary Technogenesis" (2012).
Filosofische Context
Deze co-evolutie is niet nieuw - schrift transformeerde al hoe mensen denken - maar intensiveert zich in het digitale tijdperk tot een punt waarop ze onze bewuste reflectie dreigt te overstijgen.
Gerelateerde termen
Langdon Winners concept voor het vermogen om kritisch en actief deel te nemen aan de vormgeving van technologische systemen. Het herkennen en beïnvloeden van de politieke dimensie van technologie.
Etymologie
Engels: "technological citizenship". Geïntroduceerd in Winners werk over de politiek van technologische artefacten.
Filosofische Context
Technologische artefacten belichamen politieke kwaliteiten: ze bevorderen bepaalde machtsrelaties en sociale arrangementen. Technologisch burgerschap vereist democratische vormgeving van technologie.
Gerelateerde termen
De laag van technologie die de aarde omhult; het geheel van alle door mensen gemaakte artefacten en systemen. Een geologisch concept toegepast op technologie.
Etymologie
Samenstelling van 'technologie' en 'sfeer'. Parallel aan biosfeer, atmosfeer, lithosfeer.
Filosofische Context
De technosfeer is niet neutraal maar een politiek landschap, een terrein waar keuzes zijn gestold tot structuren die ons handelen bepalen.
Gerelateerde termen
Stieglers term voor externe geheugendragers die onze ervaring van tijd en ruimte fundamenteel herstructureren. Naast primaire retenties (directe waarneming) en secundaire retenties (herinnering) zijn er tertiaire retenties (technische geheugendragers).
Etymologie
Van het Latijnse "retentio" (vasthouden). Stiegler bouwt voort op Husserls fenomenologie van tijdsbewustzijn.
Filosofische Context
Tertiaire retenties maken vormen van herinnering en anticipatie mogelijk die zonder externalisering ondenkbaar zouden zijn. Ze constitueren het menselijk geheugen zelf.
Gerelateerde termen
De medische kramp die het lichaam tot een gevangene van zichzelf maakt; de letterlijke manifestatie van de keramische kramp. Een onvrijwillige samentrekking die zich opdringt zonder toestemming.
Etymologie
Grieks τέτανος, van 'teinein' (spannen). De ziekte die spieren doet verkrampen.
Filosofische Context
De tetanus maakt de metafoor van de keramische kramp lichamelijk: het lichaam dat zichzelf tegenwerkt, gespannen in een pijnlijke contractie.
Gerelateerde termen
Een vorm van macht die niet werkt via wetten, bevelen of directe dwang (Eerste Macht), maar via de vormgeving van infrastructuren, interfaces en algoritmen. Onzichtbaar, gedistribueerd, en werkend via productie in plaats van repressie.
Etymologie
Nieuw concept geïntroduceerd in de context van techniekfilosofie om de specifieke machtswerking van digitale systemen te duiden.
Filosofische Context
De Tweede Macht verbiedt niets maar organiseert alles. Haar kracht ligt in wat ze ons gewoon maakt. Ze verschijnt als dienst, als gemak, als vanzelfsprekendheid.
Gerelateerde termen
Hebreeuws voor 'beeld van God'; de uitdrukking uit Genesis 1:27 die stelt dat de mens geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis. De bron van de goddelijke ambitie.
Etymologie
Hebreeuws צֶלֶם אֱלֹהִים. 'Tselem' betekent beeld of schaduw; 'Elohim' is de meervoudsvorm voor God.
Filosofische Context
Het tselem Elohim is de bron van de menselijke zelfmisvatting: de mens die zichzelf ziet als bijna-god, slechts één technologische doorbraak verwijderd van voltooiing.
Gerelateerde termen
De Hebreeuwse uitdrukking voor de oerchaos van Genesis 1:2: 'woest en ledig'. De toestand van de wereld voordat God orde schiep; de vormeloze afgrond waaruit alles ontstaat.
Etymologie
Hebreeuws תֹהוּ וָבֹהוּ. Mogelijk een rijmende uitdrukking voor totale chaos en leegte.
Filosofische Context
De tōhû wā-bōhû vertegenwoordigt de oorspronkelijke chaos die aan alle schepping voorafgaat. De mens kan deze chaos niet herscheppen, alleen bewerken wat al bestaat.
Gerelateerde termen
V
Adorno's concept van reïficatie of verdinglijking: de behandeling van mensen en relaties als objecten, als middelen, als grondstoffen. De kwalitatieve rijkdom van ervaring wordt gereduceerd tot kwantitatieve parameters.
Etymologie
Duits: letterlijk "ver-dinging", tot ding maken. Bouwt voort op Marx' analyse van warenfetisjisme en Lukács' reïficatietheorie.
Filosofische Context
"Es gibt kein richtiges Leben im falschen" - er is geen juist leven in het valse. De Verdinglichung is een ontologische transformatie: de werkelijkheid zelf verschijnt anders.
Gerelateerde termen
De afstand tussen de mens en zijn werk, zijn medemens, en zichzelf; het centrale concept in de analyse van de technologische conditie. De mens die zichzelf niet herkent in wat hij maakt.
Etymologie
Van het Duitse 'Entfremdung', centraal begrip bij Hegel en Marx. Letterlijk: vreemd worden aan.
Filosofische Context
Marx analyseerde vervreemding als het gevolg van kapitalistische productieverhoudingen. In de techniekfilosofie wordt onderzocht hoe technologie nieuwe vormen van vervreemding produceert.
Gerelateerde termen
Hannah Arendts concept voor het actieve menselijke leven, bestaande uit arbeid (animal laborans), werk (homo faber) en handelen. De titel van haar hoofdwerk over de menselijke conditie.
Etymologie
Latijn voor 'actief leven'. Traditioneel tegengesteld aan 'vita contemplativa' (beschouwend leven).
Filosofische Context
Arendt onderscheidt drie fundamentele menselijke activiteiten: arbeid (biologische noodzaak), werk (creatie van duurzame objecten), en handelen (politieke activiteit onder mensen).
Gerelateerde termen
W
Nietzsche's fundamentele concept dat niet verwijst naar een dorst naar dominantie of heerschappij, maar naar de basale drift (Grundantrieb) van het leven zelf tot vormgeving. Alles wat leeft wil niet slechts behouden blijven, maar vorm geven aan zichzelf en zijn omgeving.
Etymologie
Duits: "Wille zur Macht". Centraal begrip in Nietzsche's filosofie, vooral uitgewerkt in zijn latere werk en de postuum gepubliceerde fragmenten.
Filosofische Context
In de context van techniekfilosofie wordt de wil tot macht begrepen als de drijvende kracht achter technologische ontwikkeling: de menselijke impuls om de wereld te ordenen, te voorzien en te onderwerpen aan het denkvermogen.
Gerelateerde termen
Y
Het Hebreeuwse werkwoord voor 'vormen' of 'boetseren', gebruikt in Genesis 2:7 om te beschrijven hoe God de mens vormde uit klei.
Etymologie
Hebreeuws יָצַר (yāṣar), 'vormen, boetseren, scheppen'. Onderscheidt zich van bārā' (scheppen uit niets) doordat het verwijst naar het vormen van bestaande materie.
Filosofische Context
yāṣar duidt op een proces van vorming dat nooit voltooid is. De mens is niet geschapen (bārā') maar gevormd (yāṣar), wat betekent dat hij altijd onderweg is, nooit af.
Gerelateerde termen
Z
Heideggers term voor de tussenruimte waar de mens huist; het 'tussen' van hemel en aarde, goden en stervelingen. De plek waar de mens noch het een noch het ander is.
Etymologie
Duits voor 'tussen'. Heidegger gebruikt het in zijn analyse van het menselijk bestaan als een 'er-tussen-zijn'.
Filosofische Context
Het Zwischen verwijst naar de fundamentele tussenheid van het menselijk bestaan: niet god, niet dier, maar ergens tussenin, in de spanning die de keramische kramp constitueert.
Gerelateerde termen